27 Augustus, Gijón – Avilés
26 km, zeehoogte

map

Gijón uit gaat het eerst langs een stukje strand van San Lorenzo aan de andere zijde van de stad. Hier ligt ook het havengebied met zeeschepen en de zware industrie wijst met grote rookpluimen de weg.
Door de buitenwijken gaat het kilometers langs rechte straten tot de rand wordt bereikt. Rechtsaf langs de snelweg, eronderdoor en linksaf naar het dorp Poago, waarna het steil omhoog de helling opgaat.
Het is na de grauwe industrie mooi groen geworden, maar nog lang hoor je het gerammel van de fabrieken tot de bergrug het geluid tegenhoudt.

  

 

Zware industrie na Gijón

 

 

Dolmen San Pablo

 

Ineens staat er een wegwijzer naar Dolmen San Pablo.
Verderop staat een man bij een veeschuur. Ik vraag hem of het ver is en of het de moeite waard is.
Hij zegt: 200 m en het zijn alleen maar stenen.
De 200 m blijken, zoals gebruikelijk, een kilometer te zijn, maar uit te komen bij een neolithische necropolis. De Dolmen del Cierru los Llanos. 
Een aantal heuvels zijn afgezet met paaltjes en één is er uitgegraven, waarbij in het midden een soort hunebed blijkt te zitten.
Het zijn in deze omgeving niet de enige, maar een complete route is aangegeven.
Uit dit soort overblijfselen blijkt wel hoe lang hier al mensen wonen, denk ook aan de vele grotschilderingen!

  

 

Dolmen San Pablo

 

 

Neolithische Necropolis

 

Een mooi dal gaan we in tussen langgerekte bergruggetjes richting Avilés, waar ook veel zware industrie is.
Ondanks de vele verhalen over de minder fraaie bijverschijnselen is zoveel te zien dat het mooie overheerst!

             

Doorkijkje in dal

 

 

Kerkje Santa Eulalia del Valle

 

Meer dan 8 km duurt dit mooie dal tot Trasona bereikt wordt en na een rotonde “Casa Generosa”.
Behalve dat de serveerster een wel zeer opvallende jurk aanheeft, is het hier buitengewoon goed eten!

In Asturië zijn vooral de gevulde soepen beroemd en de “Potes” (Potages?) of “Fabada” zijn beiden gevuld met witte bonen, aardappelen, vele groenten en worst. Deze laatste schep ik dan maar aan de kant.
Ze maken gewoon onderdeel uit van de keuzes in het Menu del Dia.
Maar een pelgrim kan hier uitstekend op lopen!
Gezien de aanwezige vele werklieden tussen de middag moest het wel goed zijn; een echte aanrader!
Het is hierna 6 km de Carretera volgen langs staalindustrie complexen, met onmetelijk lange hallen, tot het centrum.
Links is de refugio met mooi oud kruisbeeld voor de deur.
De refugio is op de Asturisch blauwe wijze beschilderd.
De winkelstraten van het historische centrum beginnen meteen aan de overzijde. Er is een stadsfeest aan de gang dus dat komt goed uit.

       

 

De refugio in Asturisch blauw

 

 

Plaza España met stadhuis

 

De Oostenrijkers en Jürgen komen ook binnenstappen en we gaan naar het stadsfeest kijken.
Het historische centrum is mooi bewaard gebleven en Avilés is dan ook alleszins de moeite waard.
In de straten is elk plekje ingenomen door stalletjes, eettentjes, kermisattributen, kookpotten en kunstenmakers; zeer levendig.
In de koperen potten worden reusachtige inktvissen gekookt.
De tentakels worden later met een schaar in ringetjes geknipt voor de bekende Pulpo, een lekkernij van Asturië en Galicië.
Een Marokkaan schildert de woorden “Pelgrim Loes” en “Pelgrim Helmut” in Arabische tekens voor de verzameling.
Met een ingenieuze trapconstructie drijft een man een ouderwets draaimolentje aan en het is zo vol dat er bijna geen doorkomen aan is.
Met Jürgen zit ik op een terrasje waar naast ons een stel vlotte meiden Sidra drinkt. Ze vragen waar we vandaan komen en doen voor hoe het geschonken moet worden.
Vooral Nancy, een blonde Asturische, schenkt spetterend in en deelt rond in hetzelfde glas. Santiago zegt haar niets, want Don Pelayo is hun historische held.

 

Cidra

☼  Sidra
De typisch Asturische drank bij uitstek welke overal in de Sidrerías geschonken wordt.
Deze drank wordt gemaakt van gefermenteerd appelsap en heeft een Keltische oorsprong en heette toen Zythos. (volgens Griekse geschiedschrijving)
Ook in andere Keltische landen zoals Bretagne en Ierland wordt het volop gebruikt.
Het alcohol percentage is tegen de 6% en wordt geschonken uit dikwandige groene flessen.
De Asturiërs zitten meestal in groepen bij elkaar en drinken elk moment, vooral bij het eten, Sidra.
Dat gaat als volgt:
Met gestrekte arm houd je de fles boven je hoofd en schenkt de Sidra klaterend, hopelijk in het wijde glas in je andere hand.
Als er 2 vingers inzitten en een beetje schuimt wordt het met één teug opgedronken, waarna het restje gebruikt wordt om het glas schoon te spoelen. Hierna herhaalt zich de ceremonie en krijgt de volgende het glas enz.
Sidra zo uit de fles is zuur en dood, met het kletterend schenken haal je de geest eruit en wordt het een sprankelende frisse drank dat direct moet worden gedronken.
De Asturiërs hebben hier geen moeite mee.
Cafés heten hier meestal Sidrerías.

Om 22:00 uur gaat de refugio dicht, dus haasten we ons naar binnen.
Het is een grote herberg met wel 60 bedden, dat beheerd door het Asturisch Genootschap en zelfs zo midden in de zomer nog niet half vol is. Lekker rustig deze “Ruta del Norte”!
Van de herrie in de stad hoor je hier niets en uiteindelijk zijn we
549 km op de route!

 

tab